Paul – Ondervoorzitter HELP vzw

Dag 1: goed aangekomen

De reis naar Parijs & vlucht zonder problemen verlopen, behalve dan dat belletje voor de steward die elke 3 min piepte deze nacht … gelukkig heb ik een gerust geweten zodat ik daar zonder probleem kan doorslapen.

Om 5u locale tijd (dus 3u Belgische tijd) geland en dan een rit van meer dan 10u in busje naar Fianarantsoa gereden. Hier aangekomen rond 17u locale tijd. Hoe verder van de hoofdstad hoe slechter de wegen. Landschap is mooi met veel rijstvelden. Overal langs de weg zie je kraampjes met groenten, hout, … Her en der worden bakstenen gebakken en zijn de boeren aan het werken in de velden. Langs de weg lopen mensen met zakken op hun hoofd te zeulen, zijn kinderen aan het duwen aan een primitieve steekkar of trekken de buffels een volgeladen wagen. De vrachtwagens racen aan een ongelofelijke snelheid doorheen dat alles. Gewonden zie ik niet vallen maar die moeten onvermijdelijk zijn … Spijtig genoeg resulteert al die activiteit in veel vuil langs de wegen en zijn de heuvels volledig weggekapt en platgebrand …

Na 36 uren reizen aangekomen in hotel Cotsoyannis. De laatste 30 km van de autorit vandaag zijn er volgens mijn reisgezellen niet op verbeterd (sic) … Na het inchecken in het hotel zijn we naar de missiepost gegaan om een stand van zaken op te nemen. De locale overste van de Italiaanse zusters, Soeur Isabelle, verwelkomt ons hartelijk en vertelt enthousiast dat er op deze locatie 200 patienten voor de tandartsen en 250 patienten voor de oogartsen zijn aangemeld… Morgen begint het voorbereidende werk met de triage van het materiaal voor de ploegen die de volgende week zullen aankomen.

Dag 2: Kuifje in Afrika

Vandaag een vlijtige dag gehad. Vele dozen aangesleept, geopend, gesorteerd, gedicht en weer afgesleept. De inhoud van de container die we enkele maanden geleden hebben verzonden stond ergens in een schrijnwerkerij te velde … 2 ritten allez retour tussen al het locale schoons … begin te snappen waarom verkenners nodig zijn :-). De inventaris van elke doos is aan de buitenkant gedocumenteerd. Kan het nog beter? We beginnen eraan te twijfelen …

Vandaag ben ik ook sim-kaarten gaan kopen bij de locale Proximus zodat de verschillende ploegen goedkoop locaal met elkaar zullen kunnen bellen. Terwijl ik aan het wachten was kwam er een man met een levende kip in de winkel … om deze om te ruilen voor 2 euro belkrediet … wat hem ook is gelukt. Afrika!

Deze avond een kleine wandeling gemaakt doorheen de stad, lekker gegeten en op tijd in bed. Behalve de locale buffels nog niet veel van de natuur gezien waar Madagascar zo bekend voor is. Misschien lukt het de volgende dagen beter.

Morgenvroeg (5u Belgische tijd, draai maar lekker om als je aan ons denkt) breken we hier op en gaan we naar de 2e post dieper in het land. Het is vandaag dus de laatste warme douche in een hotel voor de volgende 6 dagen. Vanaf morgen slapen we in locale missieposten. Morgennamiddag beginnen we ook met de triage van (meestal jonge) kinderen met gespleten verhemelte, ons eerste echte contact met patienten. Ik keer later terug naar deze post en maak hopelijk een operatie van Frank mee waardoor deze kinderen hun glimlach zullen krijgen.

Dag 3: eerste missiepost te velde

Na een laatste ontbijt in hotel Cotsoyanis zijn we deze morgen vertrokken uit Fianarantsoa (in het kort Fiana). Soeur Isabelle, een Spaanse zuster die de post van de Italiaanse orde hier leidt, is ons komen uitzwaaien. Bij het verlaten van de stad rijden we een tijd langs de spoorweg die Fiana verbindt met Manakara over een afstand van 190 km. Er wordt gezegd dat bij de aanleg ervan een Malgash (inwoner van Magagascar) is gestorven per dwarsligger en een Europeaan per railstuk. Het betere werk dus …

De reis, die in totaal 5 uur zou duren, ging eerst terug door rijstvelden waar de boeren erin slagen om constant delen van de velden in elk stadium van de teelt te hebben zodat er een constante oogst is. Ze slagen erin om 3x per perceel per jaar te oogsten, waar dit normaal bij rijst maximaal 2x per jaar is. Een geoogst veld wordt eerst door de buffels (Zebu, super lekkere steak trouwens) begraasd en bemest. Daarna wordt het met een door buffels getrokken eg omgeploegd, onder water gezet en met de hand (!) opgespit (een ander werkje dan onze moestuin :-(). De rijst wordt aangeplant door de vrouwen, een “back-breaking” taak, het er ook aan te zien bij de oudere vrouwen. De jonge plantjes worden herplant, de rijs groeit, de zaden worden geoogst, de pelletjes in wind eruit geschud en klaar is de rijst. Verder wordt er ook koffie, tomaten, kruidnagel, … geteelt. Het is een hard boerenbestaan, maar echte honger heb ik niet gezien.

Langs de weg zijn er ook veel primitieve steenbakkerijen. Uit klei (veronderstel ik) worden stenen gevormd die op een grote hoop (makkelijke 3 meter hoog) worden gestapeld. In uitsparingen die men onderaan heeft gelaten stookt men dan een vuur waarbij de rook en warmte doorheen de stapel naar buiten gaat en zo de stenen hard maakt. In het eerste deel van de reis woont iedereen bijna in stenen huizen en wordt er veel gebouwd.

Halverwege rijden we door een nationaal park. Het enige verschil is dat er hier het tropische woud nog intact is gebleven. Het toont duidelijk het drama aan van de overbekapping erbuiten. Ik zie echter weinig alternatief … alles gebeurt hier met hout: koken, bouwen, stenen bakken, … buiten de stad is er geen enkele vorm van electriciteit. Geen dieren gezien, enkel even gestopt voor een waterval.

Zodra we buiten het nationaal park kwamen we in een andere wereld. De stenen huizen zijn veranderd in houten constructies, soms niet meer dan lemen hutten. Fiana ligt op meer dan 1.000m hoogte en is aangenaam van temperatuur. Nu dalen we af naar de Indische Oceaan in het oosten en belanden we in een tropisch klimaat. De bomen worden palmen, de temperatuur stijgt en de muggen wachten op ons. We zijn dan ook begonnen met onze malaria pillen te nemen en vanaf nu is het bij valavond lange mouwen, insmeren en onder muscito netten slapen.

Rond 2u zijn we aangekomen in de missiepost van Vohipeno (in het kort Vohi). Soeur Lea wacht ons op met een lekkere maaltijd … honger is natuurlijk de beste saus. We vervoegen 2 Italiaanse dokters, een verpleegster en een local anesthesist. Een van Italiaanse dokter is een algemeen chirug op pensioen die hier voor 6 weken verblijft. Hij heeft een volle, witte walrus moustache, een ronde tropenpet en is als hij niet werkt aan het lezen onder een afdak in een schommelstoel. Hij heeft het bezoek van een vriend gynaecoloog en zijn echtgenote die maar een paar weken hier verblijven. Ze vangen de urgenties op die binnen komen. Voor de gynaecoloog is dat spijtig genoeg vaak het redden van nog geen 14-jarige meisjes die bij een locale “dokter” een abortus hebben laten uitvoeren die fout is afgelopen. De locale procedure, waarbij met bamboestokken wordt gewerkt, eindigt vaak in een geperforeerde baarmoeder en het leven van deze meisjes kan enkel worden gered door het volledig verwijderen van de baarmoeder.

Na de maaltijd en het uitladen van de dozen vertrekt onze chauffeur weer naar Fiana voor het opladen van al het materiaal voor onze volgende post. De man zal uiteindelijk met de glimlach meer dan 10u gereden hebben over soms goede, vaak slechte wegen. Een sterke locale koffie onder de baan doet blijkbaar wonderen.

De missiepost is als uit de boekjes. Proper onderhouden oprijlaan, een reeks kleine gebouwtjes die ordentelijk naast elkaar zijn gebouwd, in het midden een centraal administratief blok en aan de achterkant het ziekenhuis complex. Het is hier proper zoals enkel “ma soeurs” het in Madagascar kunnen krijgen. We installeren ons in het gastenverblijf. Waar we in het hotel in Fiana nog een eigen kamer met badkamer hadden delen we nu 2 kamers en een badkamer (sic) met ons drieen. De maag van Tony ligt wat overhoop dus hij neemt de kamer het dichtst bij het toilet zonder bril die staat naast de douche zonder warm water. De emmers worden gevuld want de spoelbak van de WC werkt niet …

Op het bureau van de enige locale arts ligt een boek over “La Medecine Tropicale”. Ik vraag wat er zo verschillend is met de geneeskunde zoals wij die kennen. Het antwoord is ontluisterend: hoe kan je geneeskunde beoefenen met veel te weinig materiaal, veel te weinig artsen, veel te weinig alles …

De triage is het eerste contact met patienten. Op deze post gaan er vooral geslepen verhemeltes worden geopereerd. De allereerste patient is een shock, zelfs voor de ervaren missieartsen die ik vergezel. Een mentaal achterlijk meisje van 18 jaar met een volledig misvormd aangezicht … te zware chirugie met weinig kans op slagen zonder goede nazorg … bij het opmaken van het finale programma zal ze afvallen … ik begin het concept van “La Medecine Tropicale” te snappen …

De volgende kamers, waar telkens 2 tot 4 bedden bij elkaar staan, zijn meer “normale” gevallen. Kinderen van minder dan een jaar tot mooie jongelingen van 15 jaar met enkele of dubbele gespleten lippen, vaak met open verhemelte, worden gewogen en onderzocht. Ze zullen straks allemaal een operatiedag toegewezen krijgen voor de zo noodzakelijke operatie. Een jongen met een tumor zo groot als de helft van zijn aangezicht gaan we ook kunnen helpen. Een jong meisje van 9 maanden met een grote bult op het voorhoofd blijkt, na consultatie via foto naar het thuisfront, te lijden aan een lek van hersenvocht. We zullen haar niet kunnen helpen en ze zal binnenkort, als de bult openbarst, sterven. Doodvonnis dus … La Medecine Tropicale in your face …

Bij het afronden van de zaalronde wordt aan onze uroloog gevraagd of hij iets kan doen voor dat frele meisje dat in de hoek van de kamer met een blaassonde ligt. Ze is het slachtoffer van een brutale verkrachting waarbij de scheiding tussen vagina en rectum volledig is weggescheurd. De schade is onherstelbaar, ze zal nooit meer normaal stoelgang kunnen maken en waarschijnlijk door haar gemeenschap worden verstoten. Pijnlijk … ze is nog geen twee jaar.

Na het avondmaal gaan we naar onze kamer. De diesel generator geeft een paar uur electriciteit maar is van te onstabiele kwaliteit om onze westerse o zo noodzakelijke electronica (GSM, iPad, fotocamera) op te laden.

Na het nuttigen van de medisch voorgeschreven Wiskey gaan we slapen. Buiten is er een stortbui … straks worden we weer wakker voor de wekker afgaat door het ontwaken van de natuur vlakbij.

Dag 4: naar de vergeetput

Een goede nachtrust onder het muskito-net heeft ons weer opgeladen voor de nieuwe dag. De locale koffie, gezet in een Italiaanse perculator, geeft de extra kick. We nemen afscheid van de zusters en vertrekken naar de laatste missiepost. Mijn collega’s waren er vorig jaar voor de eerste keer heen getrokken en waarschuwen me voor wat komt.

Na 2 uur rijden verlaten we de hoofdweg in asfalt, recent hersteld met Europese fondsen, en gaan verder over de rood bruine piste. Het zal ons bijna een uur kosten om 17 km af te leggen naar Ampasimanjeva, de weinige fietsers steken ons voorbij. De baan slingert tussen de velden en kleine dorpjes, vaak maar een tiental hutten groot. De boeren lopen met hun lange spaden & machettes op de schouder, de peuters gaan mee op de rug van hun moeders die zware zakken eten op hun hoofd dragen, de oudere kinderen zijn zebu-wachter. Hier en daar loopt een kind in schooluniform van of naar school.

De vegetatie is zeer tropisch. Lychees, broodbomen, verschillende palm soorten zomen de weg. Op het einde komen we aan een brede rivier. Aan de oevers wordt de boot genomen om naar de velden aan de andere kant te gaan, worden kleren gewassen, worden mensen gewassen, wordt een fiets gekuist, drinken de dieren, … Hoger op de heuvel ligt onze eindbestemming.

Het ziekenhuis en klooster is een reeks betonnen gebouwen, oorspronkelijk gestart door een Spaanse Jesuit, uitgebouwd door Fransen en nu gerund door een Italiaanse orde. Het is op het hoogste punt gebouwd omringd door het tropische woud. De bomen brengen schaduw, maar geven het geheel ook een sombere, grauwe sfeer. Alles is in meer of mindere mate in verval.

We laden ons materiaal uit en krijgen onze kamer toegewezen, een soort slaapzaal met ziekenhuisbedden en veel te dunne matrassen. De badkamer/WC (of is het WC/badkamer) ligt buiten. Er is slechts gedurende een beperkt aantal uur stromend water dus we vullen emmers om de Franse WC proper te kunnen houden. Gelukkig heeft Bert allerlei trukken om het hier huiselijker te maken: een dweil naast de douche, strips om van een zak een vuilemmer te maken, haakjes met zuignappen voor ons kleren aan op te hangen. De volgende dagen gaan we nog een paar stoelen aanslepen als finishing touch.

Na het middagmaal van rijst, kip en brood gaan we aan de slag. Op deze post gaan een uroloog, een gynaecoloog en een tandarts werken. De tandarts stoelen zien er nog goed uit … er is geen tandarts meer geweest sinds onze vorige missie. We kunnen ons dus concentreren op de triage van de patienten voor de “snijdende disciplines”, mannen met prostaat problemen en vrouwen met fistels. Fistels worden veroorzaakt door problematisch bevallingen waarbij een keizersnede noodzakelijk maar niet beschikbaar is. Bij de bevalling scheuren de mama’s dan open waarbij urine, baarmoeder en spijsverteringsstelsel een geheel worden.

Eerst worden de mannen onderzocht. Ze worden binnengeleid in de consultatieruimte van de locale arts, een chaotisch, slecht verlucht, donker kot. Het staat vol met dozen, een plastiek tafelkleed probeert de ijzeren bureau wat aangenamer te maken, in de hoek staat een medisch apparaat dat ook in het museum van Gislain te bewonderen is … de echo blijkt tijdens de onderzoeken nog te werken! De mannen laten hun broer vlot vallen om zich te onderwerpen aan een vakkundige touche rectal. Ze zijn maar al te gelukkig dat er iemand hen komt verlossen van de plastieken tube in hun plasbuis waarmee ze soms al 4 jaar rondlopen. De prostaten varieren van 35 tot 60 gram. Na het onderzoek gaan ze schuifelend met hun versleten hoed in de hand door de deur … hun walm blijft nog wat hangen. Ik heb het gevoel om de vierde wereld van de derde wereld te zien passeren.

En dan zijn de vrouwen aan de beurt. Bij het binnenkomen begrijp ik waarom ze als laatste worden onderzocht. Door hun aandoening verliezen ze constant urine die zich vermengd met hun stoelgang en andere lichaams-sappen. Als de dames hun rokken openen doet de niet te harden walm me kokhalzen … ik beslis te blijven en bewonder de stoicijnse kalmte waarmee de artsen het onderzoek uitvoeren. De meeste dames gaan kunnen worden geholpen, bij enkele is het process van verrotting te ver doorgezet en is geen hulp mogelijk. Het operatieprogramma wordt in openlucht opgesteld, waarna de wachtenden hun verlossend operatiebandje met datum van ingreep rond de pols krijgen. De ruim meegekomen familie, soms het hele dorp, kijken vol bewondering naar het bewijs dat die gratis operatie realiteit gaat worden.

Bij het avondmaal, dat door de zusters is klaargemaakt, blijkt dat we niet alleen zijn. Er is een Italiaanse bisschop met een ruim gevolg op doorreis. De missiepost wordt door zijn bisdom gefinancieerd. De groep jonge dertigers blijkt bij nader inzien een combinatie van priesters en vrijwilligers te zijn die in Madagascar vrijwillig werken voor periodes van 1 tot 5 jaar.

Slaap zacht, ik probeer hetzelfde.

Dag 5, 6, 7: wachten op Godot

Na het nuttigen van het ontbijt om 7 uur, wat naar locale normen laat is want de boeren onderaan onze slaapbunker starten reeds hun dagtaak om 5u, brengen we het operatiekwartier in orde. Ik krijg een spoedcursus medische instrumenten van de uroloog die met grote zorg de sets klaarlegt. De anesthesist controleert de aanwezige apparatuur en is tevreden. Hij gaat straks met een gerust hart zijn reis naar Belgie kunnen aanvatten.

Na een snelle maaltijd vertrekt Bert met onze chauffeur terug naar de hoofdstad, een reis van 2 dagen. Tony en ik blijven achter in het einde van de wereld. Door het beperkt aantal vluchten naar Madagascar is het niet mogelijk om een vlot, aansluitend programma te hebben.

Wachten zijn ze hier gewoon … wij leren het door de komende dagen te vullen met lezen, een bezoekje aan het dorp, een lauwe pint te drinken met zicht op rijstvelden en filosofische gesprekken te voeren met elkaar en met de bisschop.

De avond voor Allerheiligen legt monsignieur het verschil uit in visie tussen de vorige paus Benedictus en de huidige paus Franciscus (hij kent ze blijkbaar beide persoonlijk): de vorige dacht dat Europa nog te redden viel, de huidige is overtuigd dat dit niet meer kan en dat de toekomst in het Zuiden ligt. Als we de volgende dag in de dorpskerk de viering meemaken, begrijpen we zijn punt: vlot twintig misdienaars knielen devoot voor het altaar, de kerk zit nokvol met een zeer jonge congregatie, uit volle borst zingen ze de hele tijd meerstemmige liederen, de bisschop wordt als de paus zelf ontvangen … dat zie ik niet vlug meer gebeuren op het Oude Continent.

In het klooster is zuster overste constant in de weer met een boorling. Het kindje is pas een paar dagen geleden geboren en ter adoptie afgegeven door de moeder. Het is een meisje van een tweeling. Ouders die bevallen van een tweeling worden door de gemeenschap verstoten omdat een tweeling onheil brengt. Het meisje zal door het eerste koppel op de wachtlijst worden geadopteerd. Om de bijhorende administratie te vermijden wordt een verklaring afgegeven dat de adoptie moeder van het kind is bevallen.

Ik leer hier nog een nieuwe definitie van La Medecine Tropicale: It is like sex, when it’s good it’s very good, when it’s bad it’s better than nothing …

Elke avond tussen 6u en 8u is er electriciteit. De grote generator slaat dan aan en maakt zoveel lawaai dat je niet met elkaar kan praten. Zodra de bisschop weg is gaat de generator veel vlugger uit en wordt het water sneller afgesloten. Hij bracht dus echt het licht …

Op zondag maken we een uitstap naar het strand aan de Indische Oceaan. We huren een boot met vijf begeleiders: drie om te roeien, een om de batterijen in de radio te stoppen en een om het water uit de boot te scheppen dat via het pinkgrote gat naar binnen stroomt. Tijdens de boottocht genieten we van helrode volgeltjes in het riet, een witte ibis die overvlieg, een zwarte vogel die zijn vleugels droogt in de zon en de veelkleurige ijsvogel die flitsend snel vist. Na twee uur varen komen we aan een verlaten strand waar de oceaan op inbeukt en plastiek resten op achterlaat. Het is te gevaarlijk om te zwemmen in de zee, het alternatief is zwemmen in meertjes met brak water in de duinen. De meegenomen pick-nick smaakt en na een middagdut keren we terug. Het onderzoek van onze voeten en benen ’s avonds levert geen infecties met zandparasieten op die eitjes onder de huid leggen. Morgen landt de hoofdmacht van onze missie in de Tana en kan het echte werk beginnen …

Paul, ondervoorzitter, Madagascar 2014